Nieuw TNO-inzicht: minder zitten op het werk vraagt om meer dan goede voornemens
TNO beschrijft dat het doorbreken van langdurig zitten meer vraagt dan goede voornemens: routines, context en een systeembenadering binnen organisaties zijn nodig.

Langdurig zitten doorbreken blijkt in de praktijk niet eenvoudig.
Veel medewerkers weten dat het verstandig is om gedurende de werkdag regelmatig van houding te veranderen en te bewegen. Toch betekent die kennis niet automatisch dat langdurig zitten daadwerkelijk wordt doorbroken.
TNO beschrijft in de publicatie Minder zitten en meer bewegen dat menselijk gedrag sterk is verankerd in routines, de werkomgeving en sociale normen. Daardoor is het veranderen van zitgedrag niet simpelweg een kwestie van medewerkers vertellen dat ze vaker moeten opstaan.
Volgens TNO vraagt duurzame gedragsverandering om inzicht in de factoren die het bestaande gedrag in stand houden én om een bredere aanpak binnen organisaties.
Hoeveel zitten we eigenlijk?
TNO rapporteert dat Nederlanders gemiddeld 8,9 uur op een werkdag zittend doorbrengen. Bij kantoorberoepen kan daar volgens TNO nog enkele uren bij komen.
Dat maakt de werkplek een belangrijke omgeving om zitgedrag te beïnvloeden. TNO wijst erop dat een groot deel van onze totale zittijd tijdens het werk plaatsvindt en dat maatregelen daarom ook binnen de werkomgeving nodig zijn.
Waarom alleen goede voornemens niet voldoende zijn
Een belangrijk inzicht uit de TNO-publicatie is dat langdurig zitten niet uitsluitend als individuele keuze moet worden gezien.
Werkgewoontes ontstaan binnen een bepaalde context. Denk bijvoorbeeld aan de inrichting van de werkplek, de manier waarop werkzaamheden zijn georganiseerd, beschikbare technologie en de gewoontes en normen binnen een team of organisatie.
TNO stelt daarom dat het doorbreken van de zitgewoonte vraagt om een systeembenadering, waarin vier elementen samenkomen:
- fysieke factoren
- technologische factoren
- sociale factoren
- organisatorische factoren
Werkgevers en werknemers hebben daarbij volgens TNO allebei een rol.
Er bestaat niet één ideale interventie
TNO concludeert niet dat er één specifieke maatregel bestaat waarmee iedere organisatie het probleem kan oplossen.
Verschillende interventies kunnen volgens TNO werken wanneer ze aansluiten bij de eigen werkcultuur.
Dat betekent dat een organisatie verder moet kijken dan uitsluitend de vraag welke interventie beschikbaar is. Minstens zo belangrijk is de vraag of de gekozen aanpak daadwerkelijk past binnen de dagelijkse praktijk van medewerkers.
Van incidenteel bewegen naar een andere werkgewoonte
Juist het gewoontegedrag maakt langdurig zitten interessant.
Een medewerker kan zich 's ochtends voornemen om regelmatig op te staan, maar vervolgens volledig opgaan in werkzaamheden, digitale communicatie en vergaderingen.
Voor duurzame verandering is daarom meer nodig dan bewustwording alleen.
TNO benadrukt dat inzicht nodig is in de gedragsmatige, omgevings- en organisatorische factoren die het zitgedrag in stand houden.
Daarmee verschuift de aandacht van een incidentele actie naar de manier waarop gezond gedrag daadwerkelijk onderdeel kan worden van de normale werkdag.
Praktische ondersteuning voor werkgever én werknemer
TNO heeft vanuit dit onderzoeksprogramma ook praktische hulpmiddelen ontwikkeld.
Voor werkgevers is er het BOK-stappenplan (Bewegen op Kantoor). Dit is bedoeld om beweeginterventies binnen organisaties strategisch vorm te geven.
Voor werknemers ontwikkelde TNO een online checklist waarmee zij inzicht kunnen krijgen in hun eigen zit- en beweeggedrag, aangevuld met praktisch toepasbare adviezen om tijdens een werkdag minder te zitten en meer te bewegen.
De combinatie is veelzeggend: zowel de organisatie als de individuele medewerker wordt betrokken bij verandering.
Wat betekent dit voor HR en werkgevers?
Voor HR-professionals en werkgevers biedt de TNO-publicatie een belangrijke boodschap.
Wanneer een organisatie minder zitten en meer bewegen wil stimuleren, is het niet voldoende om de verantwoordelijkheid volledig bij de individuele medewerker neer te leggen.
Ook de omstandigheden waarin mensen werken zijn van belang. Dat vraagt om aandacht voor de werkplek, technologie, organisatie van het werk en de cultuur waarin nieuwe gewoontes moeten ontstaan. TNO benadrukt daarbij dat werkgevers en werknemers moeten samenwerken.
Een aanpak die goed aansluit op de dagelijkse praktijk heeft daarmee een andere basis dan een losse vitaliteitsactie.
Hoe sluit dit aan bij FlowHabits?
Het uitgangspunt van FlowHabits is dat gezonde werkgewoontes praktisch onderdeel moeten kunnen worden van de normale werkdag.
De TNO-publicatie ondersteunt het bredere principe dat het veranderen van zitgedrag niet alleen draait om kennis of goede voornemens. Routines, context en de organisatie van het werk spelen eveneens een rol.
FlowHabits richt zich daarom op korte, laagdrempelige activatiemomenten die binnen een normale werkdag kunnen worden toegepast.
Daarbij is het belangrijk om de grens van het onderzoek helder te houden: TNO heeft FlowHabits niet onderzocht en doet in deze publicatie geen uitspraak over de effectiviteit van FlowHabits.
De overeenkomst zit in het uitgangspunt dat gezond werkgedrag praktisch moet aansluiten op de dagelijkse werkomgeving.
Conclusie
De boodschap van TNO is helder: langdurig zitten doorbreken is in de praktijk weerbarstiger dan simpelweg besluiten om vaker te bewegen.
Gedrag wordt beïnvloed door routines, context, sociale normen en de manier waarop het werk is georganiseerd.
Daarom vraagt minder zitten en meer bewegen volgens TNO om een bredere aanpak waarin fysieke, technologische, sociale en organisatorische factoren samenkomen.
Voor werkgevers betekent dit vooral dat gezonde werkgewoontes niet uitsluitend de verantwoordelijkheid van de medewerker zijn.
Wie gedrag duurzaam wil veranderen, moet ook kijken naar de omgeving waarin dat gedrag iedere werkdag plaatsvindt.
FlowHabits helpt organisaties om gezonde werkgewoontes onderdeel te maken van iedere werkdag. Met korte routines, praktische oefeningen en slimme ondersteuning worden medewerkers geholpen om gezonde keuzes gemakkelijker in hun dagelijkse werkzaamheden te integreren.
Maak gezonde werkgewoontes onderdeel van iedere werkdag.
Hoe ondersteunt FlowHabits?
FlowHabits helpt organisaties om deze inzichten om te zetten naar dagelijkse praktijk. Korte routines van 1 tot 2 minuten passen eenvoudig binnen de werkdag en helpen medewerkers gezonde werkgewoontes op te bouwen — zonder extra administratieve belasting en met volledig anonieme inzichten op teamniveau.
Bronnen
- TNO (2026) – Minder zitten en meer bewegen. Auteurs: G. Tan, L. Bouwens en M. Douwes. Tijdschrift voor Human Factors, jaargang 51, nr. 1.Bekijk originele publicatie
Geschreven door
FlowHabits Research Team
Gebaseerd op recente wetenschappelijke publicaties en gecontroleerd volgens het FlowHabits Bronbeleid.
Waarom je onze informatie kunt vertrouwen
FlowHabits baseert haar kennisartikelen uitsluitend op betrouwbare wetenschappelijke publicaties, gerenommeerde kennisinstituten en actuele vakliteratuur. Onze artikelen worden periodiek gecontroleerd en bijgewerkt wanneer nieuwe inzichten beschikbaar komen.
Wil je gezonde werkgewoontes ook binnen jouw organisatie stimuleren?
Vraag vrijblijvend een gratis pilot aan en ontdek hoe FlowHabits medewerkers helpt om gezonde werkgewoontes onderdeel te maken van iedere werkdag.
Probeer FlowHabits 2 weken gratisGerelateerde artikelen
Nieuw onderzoek: gezonde werkgewoontes vragen meer dan alleen kennis
Een nieuwe review laat zien dat effectieve vitaliteitsprogramma's verder gaan dan informeren: gedragstechnieken zoals zelfmonitoring, feedback en herinneringen helpen medewerkers gezonde gewoontes daadwerkelijk vol te houden.
Nieuw onderzoek: waarom een beweegpauze van 5 minuten per uur loont
Een grootschalig onderzoek toont dat vijf minuten beweging per uur een goede balans biedt tussen haalbaarheid en effectiviteit — met minder vermoeidheid en meer betrokkenheid.
Waarom microbreaks een vaste plek verdienen in iedere werkdag
Korte actieve onderbrekingen tijdens de werkdag verminderen lichamelijk ongemak, verhogen de energie en creëren een gezondere balans tussen inspanning en herstel.